02 januari 2014 – Door: Jorrit Roerdinkholder

Topsector Popmuziek profiteert van de toegenomen invloed in Den Haag

Popmuziek is sinds kort onderdeel van het topsectorenbeleid en kan daar op lange termijn veel profijt van hebben. Niet direct in geld, maar wel in regelgeving. Wat levert die topsector nou precies op voor de popmuziekbranche?

Allereerst: het topsectorenbeleid. Hoe zit dat precies? Nederland behoort tot de twintig grootste economieën ter wereld. Om dat zo te houden, ontwikkelt het ministerie van Economische Zaken bijzondere maatregelen voor negen goed presterende topsectoren. Een daarvan is de sector Creatieve Industrie, waar popmuziek sinds kort bij hoort, samen met architectuur, mode, gaming, design, muziek en media en entertainment.

Het kabinet wil met investeringen ‘het verdienvermogen van de topsectoren volop benutten’, zo is te lezen op de website Topsectoren.nl. Samenwerking en een voortdurende dialoog met bedrijven en onderzoekers staan centraal en moeten resulteren in goede randvoorwaarden op het gebied van ICT, regeldruk, duurzaamheid en werkgelegenheid. Dat alles moet onder meer leiden tot verbetering van kennisontwikkeling, innovatie, export, financiering, ondernemerschap in het onderwijs en onderzoek naar nieuwe verdienmodellen.

Enthousiasme nodig

De champagne bleef in de koelkast nadat popmuziek eind vorig jaar formeel onderdeel werd van het topsectorenbeleid. Waar is het enthousiasme? “Ik weet niet wat het topsectorenbeleid voor de popmuziek betekent”, verwoordt een festivaldirecteur een bredere scepsis. Wat een omvangrijke steun in de rug kan zijn voor de door economische omstandigheden opgeschudde popmuziekbranche, lijkt niet doorgedrongen tot de dagelijkse drukte van muziekondernemers. “Popmuziek kenmerkt zich door mensen die tegen de stroom in de wereld willen veroveren”, nuanceert Marcel Albers, manager van verschillende artiesten.

‘Als de overheid niet begrijpt hoe de muzieksector zijn geld verdient, kunnen ze er ook de juiste wetten niet voor ontwikkelen’

“Dat is misschien een beetje het rock-’n-rollgevoel dat in de business heerst. Maar we hebben als industrie te lang geroepen dat het waardeloos is, zonder dat we ons eigen plan voor elkaar hadden. Het is zaak dat we het serieus nemen en er wat van proberen te maken”, zegt Albers. “Dit soort beleidsmatige zaken zijn voor ondernemers niet prioriteit nummer één”, aldus een begripvolle Peter Smidt, manager Pop en Rock bij Buma Cultuur. “Ik werk voor de hele sector, dus ik kan er wat meer tijd aan besteden. Ik proef dat betrokkenen het belangrijk vinden en enthousiast zijn. Dat enthousiasme heb je nodig als je beleidsmatig kijkt naar de langetermijnontwikkelingen.”

Adviseren

D66-kamerlid Vera Bergkamp, die zich inspande om popmuziek onderdeel van het topsectorenbeleid te maken, erkent dat het lastig is om nu al resultaten te benoemen. De regeling is namelijk nog niet lang in werking. Wel is er een aantal doelstellingen.

“Het brengt belangrijke voordelen voor dj’s en muzikanten met zich mee. Bijvoorbeeld het hebben van een rechtstreeks aanspreekpunt bij de overheid, zodat zij kunnen meepraten en adviseren over mogelijkheden om Nederland meer concurrerend te maken. De maatregelen die minister Kamp van Economische Zaken (EZ) neemt, zijn bedoeld om muziek meer te betrekken bij het topsectorenbeleid. Om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de muziekbranche bekender wordt met bestaande regelingen en die ook beter kan gebruiken. De minister heeft verder toegezegd om het algemene bedrijvenbeleid transparanter te maken voor de popsector. Op die manier kan men een netwerk opbouwen en bekijken hoe men kan aanhaken bij al die activiteiten.”

Gunstiger klimaat

“In feite gaat het allemaal om beleid van EZ”, verheldert Smidt. “Als je niet tot de topsectoren behoort heb je bij EZ minder prioriteit. Het is van wezenlijk belang dat je als sector aan tafel zit als de betrokken ministeries belangrijke beslissingen nemen. Zo wordt er niets beslist waartegen je achteraf moet protesteren. Als de overheid niet begrijpt hoe de muzieksector zijn geld verdient en wat er nodig is om de branche goed te laten functioneren, kunnen ze er ook de juiste wetten niet voor ontwikkelen. Dus moet de muzieksector in dialoog zijn en als onderdeel van de topsectoren wordt je serieuzer genomen en ben je veel zichtbaarder op alle beleidsterreinen. Het topsectorenbeleid bestaat niet uit een zak geld die wordt uitgedeeld. Het is langetermijnbeleid. Daar pluk je in veel gevallen niet meteen volgend jaar de vruchten van.”

Meedoen met het topsectorenbeleid betekent vooralsnog een tijdsinvestering met een ongewis, maar mogelijk aanzienlijk rendement op lange termijn.

Speldenprikjes

Na een hoorzitting met de minister en overleg met vertegenwoordigers van de topsector Creatieve Industrie zijn er in juli vier werkgroepen opgezet om plannen uit te werken: Export en internationalisering, Talent en cultuureducatie, Kennis en innovatie en Financiering en randvoorwaarden. Veel zichtbare resultaten op korte termijn heeft dat nog niet opgeleverd. Daarom is Paul Solleveld, directeur van de NVPI, brancheorganisatie van de entertainmentindustrie, niet onverdeeld positief. “Onderdeel van een topsector zijn betekent een zekere erkenning. Of het veel oplevert is een tweede.”

Solleveld citeert uit het verslag van een begrotingsbehandeling van EZ over de stand van zaken, midden november. ‘Er zijn constructieve gesprekken en diverse mogelijkheden geïdentificeerd voor aansluiting op kennis en innovatie bij internationalisering en human capital’. “Dus ja”, concludeert Solleveld. “Het is allemaal niet heel erg concreet.”

‘Onze plannen kunnen we straks met de werkgroepen in beleidsvoorstellen vertalen. Als we die eenmaal hebben, kunnen ze naar de politiek’

De NVPI zit in de werkgroep Financiering en randvoorwaarden, maar die moet nog voor het eerst bij elkaar komen. Wanneer de werkgroepen met een rapportage komen, weet Solleveld niet. “Het eerste concrete resultaat is deelname aan de Amerikaanse conferentie South by Southwest (SXSW), in maart volgend jaar. Er komen middelen beschikbaar om de Nederlandse muzieksector daar te promoten. Verder is er een voorstel ingediend voor een experiment rond ambitieus onderne

merschap. Dat wordt momenteel beoordeeld.” Smidt benadrukt dat beide zaken ‘speldenprikjes’ zijn, die laten zien dat er iets gebeurt wat op lange termijn effect heeft.

Resultaat

Hoewel ook zijn werkgroep, Export en internationalisering, nog nooit heeft vergaderd, is er volgens Albers flinke vooruitgang geboekt. “Voor het eerst in jaren zijn we er in geslaagd om iedereen bij elkaar te krijgen die zich bezighoudt met de belangen van de popmuzieksector, vooral dankzij de inzet van Peter Smidt. Afgelopen zomer hebben we als Popcoalitie met de creatieve sector gesproken over de essentiële vragen: hoe zetten we de sector beter op de kaart, hoe krijgen we een goede infrastructuur om die te ontwikkelen, hoe richten we ons onderwijs in om goeie mensen in deze business te krijgen, hoe exploiteren we beter en hoe brengen we de succesvolle tak naar het buitenland zodat we er met zijn allen van profiteren?”

Maar de raderen draaien langzaam, geeft Albers toe. “Dat wil niet zeggen dat wij als Popcoalitie niet doorvergaderen, eens per twee, drie maanden. Onze plannen kunnen we straks met de werkgroepen in beleidsvoorstellen vertalen. Als we die eenmaal hebben, kunnen ze naar de politiek.” Vroeger probeerden de popmuziekbelangenorganisaties allemaal apart een ingang te vinden in Den Haag. Dat doen ze nu samen en als onderdeel van de topsector staat de deur open en wordt er daadwerkelijk geluisterd.

‘Door in Den Haag mee te praten kunnen we het vooroordeel wegnemen dat iedere artiest die drie keer op televisie is geweest in een villa in het Gooi woont’ 

“Ontzettende winst”, volgens Albers. “En we hebben een hoop te winnen. Laatst sprak een halve gare in Den Haag nog schande van de reiskostensubsidie van wereldberoemde Nederlandse artiesten. Dan wordt Caro Emerald als voorbeeld genoemd. De reis naar het buitenland was net het laatste zetje dat ze nodig had om zich in het buitenland te manifesteren. Mede dankzij die subsidie van nog geen tienduizend euro is dat gelukt. Door in Den Haag mee te praten kunnen we het vooroordeel wegnemen dat iedere artiest die drie keer op televisie is geweest in een villa in het Gooi woont. Je hoopt dat het omdraait. Dat de overheid in het buitenland heerlijk kan opscheppen dat we acts hebben als Caro Emerald en allemaal top-dj’s: ‘Wij subsidiëren die tak en vervolgens veroveren we de wereld!’.”

Concreet 

Kamerlid Bergkamp is al om. “Nederlandse dj’s en muzikanten hebben internationaal een sterk profiel en zijn een waardevolle toevoeging, zowel aan de Nederlandse economie als aan het imago van Nederland in het buitenland.” Maar het kan beter, is de nieuwe algemene gedachte. Zo onderzoekt Smidt of de Popcoalitie op SXSW samen kan optrekken met technologiebedrijven om de hele Nederlandse creatieve industrie beter te profileren. EZ hamert op innovatie. Van de muziek zelf, van businessmodellen en, wat de Popcoalitie aan de agenda toevoegde: festivals en podiumtechniek, zoals rfid-technologie, lampen en duurzaamheid.

“Nederlandse bedrijven kunnen deze techniek en innovaties leveren”, zegt Smidt. Hij organiseert daarover een deelconferentie op Eurosonic, waar vierhonderd Europese festivals zijn vertegenwoordigd. Ook maakt Smidt zich sterk voor meer universitair onderzoek naar auteursrecht en naar manieren om meer geld te verdienen met intellectueel eigendom. “Dat leeft nog niet zo, dus daar moeten we mensen van overtuigen.” 

‘Misschien is er over twee jaar wel een regeling die de sector twintig miljoen aan fiscale voordelen oplevert’

Eerder werd al wel onderzoek gedaan naar de export van Nederlandse popmuziek. EZ heeft geld toegezegd voor een vervolgonderzoek. De Topsector dringt er verder bij de overheid op aan dat de muziekbranche betere toegang krijgt tot kapitaal. Nu is dat lastig, omdat banken het businessmodel van intellectueel eigendom slecht kennen en niet veel weten van de waarde van rechten. Waarschijnlijk komt er in 2015 een kredietfaciliteit bij banken, specifiek voor creatieve bedrijven.

Beginnende ondernemers

Kamerlid Bergkamp vult aan dat er financiële middelen, financieringsregelingen en coaching beschikbaar komen voor beginnende ondernemers. “De Creatieve Sector ontwikkelt verdienmodellen en kan dat ook voor de popmuziek doen. Verder kijken ze of er geld is voor research- en developmentactiviteiten. Er zijn ook instituten die aanbieden om research en development te doen. Maar er is geen vaststaand bedrag vrijgemaakt specifiek voor de popsector.”

Albers denkt ook verder dan cashinjecties: “Misschien haal je niet 20.000 euro op voor een bandje, maar is er over twee jaar wel een fiscale regeling die de sector twintig miljoen aan fiscale voordelen oplevert.”

Smidt voorziet dat Nederland veel meer geld kan verdienen met muziek. “De overheid moet daar een ideaal klimaat voor scheppen. Dat kan alleen als wij hen telkens uitleggen dat er bepaalde voorwaarden in wet- en regelgeving nodig zijn om de sector te laten floreren.” Kortom: zelfs als je alle reserves, onzekerheden en lange termijnen overziet, is het goed nieuws, onderdeel zijn van de topsector.

Popcoalitie? 

De besprekingen over het topsectorenbeleid worden gevoerd door de vertegenwoordigers van de Popcoalitie, een samenwerkingsverband van organisaties uit de pop- en dancemuzieksector. Daaronder vallen: Buma/Stemra, Buma Cultuur, FNV-KIEM/BV Pop, ID&T, Music Managers Forum, Mojo Concerts, Ntb, 3FM/NPO, de NVPI, POPnl, Promotie Podiumkunsten, Sena, de Vereniging Nederlandse Poppodia en –Festivals en de Vereniging van Evenementenmakers.

Dit artikel is eerder verschenen in de vernieuwde Entertainment Business Live 1.

 

Onderwerpen