DE VVEM werkt al jarenm mee aan het totstandkomen van het Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen

Wij geven hieronder enige toelichting (bron: Nota van toelichting)

Lees voor de gehele toelichting gaarne die nota van toelichting! Wij hebben hier losse brokken genomen.
UIT DE NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit geeft regels voor het brandveilig gebruik van plaatsen indien andere regels daarin al niet voorzien. Daarom wordt de aanduiding ‘overige plaatsen’ gebruikt. Veel van de regels in dit besluit hebben uitsluitend betrekking op plaatsen waar – kort gezegd – groepen mensen bij elkaar zijn gebracht. In beginsel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid, maar zou op dergelijke plaatsen brand uitbreken, dan vormt die omstandigheid een extra risico, en daarmee een rechtvaardiging om ten aanzien van het brandveilig gebruik van dergelijke plaatsen regels te stellen.

De Woningwet en het daarop gebaseerde Bouwbesluit 2012 bevatten regels over het brandveilig gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat in relatie tot bouwwerken bepalingen over brandveiligheid. Veel van die bepalingen zullen in de toekomst een plaats vinden in de Omgevingswet, maar die zal geen betrekking hebben op het brandveilig gebruik als bedoeld in dit besluit, omdat het in dit besluit gaat om gebruik van plaatsen en van objecten die geen bouwwerk zijn, zeer tijdelijk op die plaats dienst doen en dus geen blijvende invloed hebben op de fysieke leefomgeving.

Dit besluit bevat regels die voorheen te vinden waren in de gemeentelijke brandbeveiligingsverordeningen, die veelal zijn geschoeid op de leest van de desbetreffende modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De modelverordening bracht weliswaar enige stroomlijning, maar er bleef lokaal een veelheid aan verschillende bepalingen bestaan – inherent aan een decentrale aanpak waarbij nu 393 gemeenten eigen regels kunnen formuleren. Bovendien werden in de modelverordening, en dus ook in de gemeentelijke verordening, ruimhartig aanzienlijke delen van het Bouwbesluit van overeenkomstige toepassing verklaard, waardoor niet altijd duidelijk was welke regels precies van toepassing waren. En als de regels van toepassing waren, werd miskend dat de (zware) regels uit de bouwregelgeving niet zonder meer passend waren voor de situaties waarop de lokale brandbeveiligingsverordeningen zagen. Juist bij een zo essentieel aspect als brandveiligheid is, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven, gewenst dat de regels uniform, duidelijk, specifiek en beperkt zijn.

Dit besluit beoogt: a. een eind te maken aan onnodige lokale verschillen en zo de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen,  b. helderheid te bieden door uit te schrijven welke regels voor welke situatie gelden,  c. toegespitste regels te geven die niet zwaarder zijn dan nodig, en  d. de administratieve lasten voor bedrijven te beperken.  Ook biedt dit besluit kansen voor centraal geregisseerde voorlichting en ondersteunende ICT-toepassingen.

Met name de wens om te uniformeren is al in 2007 verwoord in de memorie van toelichting bij de Wet veiligheidsregio’s. Daarbij werd gewezen op een gelijksoortige beweging binnen de bouwregelgeving: een vooruitwijzing naar het Bouwbesluit 2012. Voorts werd onderstreept dat de Wet veiligheidsregio’s slechts voor aanvullende regels een grondslag zou gaan bevatten. Dat sloot aan bij de Brandweerwet 1985, een voorloper van de Wet veiligheidsregio’s, waarin het aanvullende karakter (en de samenhang met de bouwregelgeving) expliciet tot uitdrukking was gebracht. Ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) stond in artikel 3, derde lid, van die wet dat er regels moesten komen voor het brandveilig gebruik van “ruimten, niet zijnde bouwwerken”. Bij het ontwerpen van het onderhavige besluit bleek die formulering evenwel minder gelukkig. Om die reden is de Wet veiligheidsregio’s inmiddels aangepast, en luidt de grondslag in artikel 3, derde lid : ‘Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover daarin niet bij of krachtens enige andere wet is voorzien (…)’. Er is dus gekozen voor de neutrale aanduiding ‘plaatsen’, waarbij het verschil met andere voor mensen toegankelijke plaatsen, zoals gebouwen en diverse andere bouwwerken, wordt uitgedrukt door de toevoeging ‘overige’. Het aanvullende karakter van de bepaling blijkt uit de toevoeging ‘voor zover daarin niet bij of krachtens enige andere wet is voorzien’.

Bij het opstellen van het onderhavige besluit is, zowel qua inhoud als qua terminologie, dikwijls aansluiting gezocht bij het Bouwbesluit 2012, zoals bijvoorbeeld het terugdringen van de vergunningplicht, als kan worden volstaan met een meldingsplicht. Als hiervoor gemeld, bleef was ook de modelverordening dicht bij de bouwregelgeving, dus van een breuk met de bestaande praktijk kan dan ook niet gesproken worden. Vanwege de overeenkomsten was het dus soms zelfs mogelijk passages uit de toelichting over te nemen. Niettemin zijn er aanzienlijke verschillen, vooral omdat de bouwregelgeving primair ziet op bouwwerken, waarbij vooral veel constructie- en inrichtingseisen worden gesteld; regels over het brandveilig gebruik vormen daarvan slechts een beperkt onderdeel. Van het onderhavige besluit daarentegen vormen zij de kern, en zien constructie-eisen, zo ze al worden gesteld, op het veilig kunnen vluchten in geval van brand; die eisen kunnen dus vaak lichter zijn dan in het Bouwbesluit Aan bouwwerken aansluitende open erven en terreinen vallen onder de werking van het Bouwbesluit (zie hoofdstuk 7 van dat besluit), hoewel daarop – per definitie – geen bouwwerken staan. Kenmerkend voor die terreinen en erven is dat zij direct zijn gelegen bij een hoofdgebouw, en in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. Kampeerterreinen en jachthavens vallen in beginsel wel onder het onderhavige besluit: zo er al sprake is van een hoofdgebouw, is de camping of de jachthaven immers niet ten dienste daarvan ingericht. Op het gebouw als zodanig, dat een bouwwerk is, is het Bouwbesluit 2012 vanzelfsprekend wel van toepassing.

Met dit besluit is het bestaansrecht van de gemeentelijke brandbeveiligingsverordeningen voor het brandveilig gebruik van niet-bouwwerken naar verwachting materieel geheel komen te vervallen. Zou een verordening tevens bepalingen bevatten over onderwerpen die niet geregeld worden door dit besluit, dan behouden die bepalingen hun rechtskracht. Waar sprake is van een overlap, zijn de bepalingen van de gemeentelijke verordening onverbindend, vanwege het uitgangspunt dat er geen ruimte is voor lokale regeling van een onderwerp dat nationaal uitputtend is geregeld.