De kwestie rondom de tarieven van de collectieve beheerorganisaties Buma en SENA houdt de gemoederen van festivalorganisatoren al geruime tijd bezig. Tijdens de VVEM meeting die woensdag 24 januari plaatsvond in A’DAM Toren, was dit een belangrijk onderdeel van gesprek. Afgesproken is dat er voor de zomer een vervolgbijeenkomst zou komen. Vanwege de voortgang in de SENA-procedure bij het Hof, is een nieuwe bijeenkomst echter te voorbarig. De zaak zal vanaf november weer inhoudelijk worden opgepakt.

Jurist Bjorn Schipper houdt zich bezig met de SENA- en Buma-problematiek voor de dance-leden binnen de VVEM. De ‘advocaat van de nacht’ deed ook in januari al een presentatie en vertelt dat de zaak tegen SENA op 22 november in de ochtend wordt behandeld bij het Hof in Den Haag, waar vanuit de branche een pleidooi mag worden gehouden over wat een ‘billijke vergoeding’ is. “De procedure is al sinds 2009 gaande. Het is een slepende zaak over het tarief voor ‘dance events’ waar diverse instanties zich al over hebben gebogen. Het is evident dat er voor muziekgebruik betaald moet worden op evenementen. Maar evenementen hebben zich enorm ontwikkeld. Muziek maakt in heel veel gevallen slechts zo’n 22 procent van de kosten uit. Ooit gold dat een vergoeding per bezoeker berekend werd. Dat is zo’n tien jaar geleden vanuit SENA overgegaan in een percentage van de recette, in navolging van Buma. Maar in hoeverre is die recette een zuivere grondslag voor muziekgebruik? Zeker in tijden dat aankleding, randprogrammering, beveiliging en nog zo vreselijk veel meer zaken onderdeel zijn van een evenement en dus ook van de kostenstructuur, vinden wij dat een vergoeding die is gekoppeld aan de waarde van de muziek en het werkelijk gebruik van het auteurs- en nabuurrechtelijk beschermd repertoire eerlijker en transparanter zou zijn.”

Tijdens de meeting in januari gaven diverse VVEM-leden aan dat de handelingen van collectieve beheerorganisatie SENA voelen als schimmig eenrichtingsverkeer. Een andere vraag die naar voren kwam was hoe hybride festivals met zowel dance als pop en rock in de programmering met de tarieven om moeten gaan. De wens is uitgesproken om met zowel SENA als Buma tot een (nieuwe) VVEM-regeling te komen, zodat leden weten waar ze aan toe zijn. Tot aan de uitspraak van het Hof in de SENA-zaak, wordt VVEM-leden geadviseerd om 1,5 procent van de recette te reserveren voor SENA-gelden, daarvan de helft uit te betalen en de rest als buffer te gebruiken. “Deze problematiek speelt niet alleen in Nederland en we staan dan ook niet alleen. In België heeft de rechter onlangs geoordeeld dat Sabam daar de eenzijdig opgelegde hogere tarieven voor festivals moet intrekken. Die uitspraak bevat voor ons gunstige aanknopingspunten. We gaan het tijdens het pleidooi zien. Het hof heeft de zitting nu op 22 november gesteld, waarbij wij een uur lang een pleidooi mogen houden. Dat geeft ons alle tijd om het nog eens goed aan te zetten en we hopen dat het Hof inziet dat het huidige tarief van SENA voor dance events niet billijk is”, aldus Schipper.

De VVEM probeert eveneens de komende maanden met Buma om de tafel te gaan om te praten over een mogelijk nieuwe VVEM-regeling, die dan per 1 januari 2019 zou moeten gaan gelden.

Tags