Door alle commotie rond de voorverkoop van tickets voor JAY-Z en Beyoncé in de Amsterdam ArenA, is de discussie over snelle doorverkoop van concertkaarten weer opgelaaid. De VVEM pleit in dit kader voor een onderzoek naar wat nu exact de omvang van deze problematiek is en welke financiële schade het berokkent.

De voortslepende discussie over ticketprijzen en servicekosten bij wederverkoop is om meerdere redenen een aandachtspunt voor (een deel van de) VVEM-leden. Enerzijds omdat bij woekerwinsten branchevreemde partijen profiteren van de investeringen die een organisator doet. Anderzijds omdat door het ongeldig maken van tickets op de ‘secondary’ markt en het aan de deur weigeren van bezoekers met vervalste kaarten het bezoekersvertrouwen afneemt en de betrokken VVEM-leden hierdoor niet alleen financiële schade, maar ook imagoschade lijden. Feit is echter ook dat in de hele discussie nooit goed in kaart is gebracht hoe groot het probleem nu precies is.

De VVEM roept de branche op om deze problematiek eens goed te onderzoeken en in kaart te brengen, zodat duidelijk wordt:

  • Om hoeveel tickets het op jaarbasis eigenlijk gaat
  • Hoeveel geld daarmee gemoeid is
  • Wat de schade is die de volledige branche lijdt
  • Hoeveel consumenten op jaarbasis gedupeerd worden
  • In hoeverre wetgeving kan helpen, dan wel noodzakelijk is

In de politiek is doorverkoop van tickets al jaren een item dat op de agenda verschijnt als een minister of Kamerlid reageert op commotie vanuit de maatschappij, om daarna weer in de vergetelheid te raken. Op deze wijze is in 2017 na ruim tien jaar de intitiatiefwet om doorverkoop aan banden te leggen in de Eerste Kamer gestrand, waarna de Tweede Kamer op 13 november jongstleden een motie aannam van Peter Kwint (SP) om ‘op korte termijn’ met een nieuw voorstel te komen. In een recente kamerbrief (d.d. 15 maart 2018) schrijft minister Ingrid van Engelshoven (OCW) dat ze het in dit stadium te vroeg vindt om conclusies te trekken. Zij verwacht in het najaar de Tweede Kamer op de hoogte te kunnen brengen. Zij heeft reeds met een aantal partijen gesprekken gevoerd en heeft als pijnpunten fraude met tickets en de opkoop van (grote) partijen tickets aangewezen.

De minister heeft zich eveneens uitgesproken voor het in kaart brengen van de daadwerkelijke omvang van het probleem en of dit überhaupt wetgeving legitimeert en indien het geval, wie deze eventuele wetgeving moet handhaven. De VVEM wil zich in deze opwerpen als gespreks- en onderzoekspartner. De organiserende VVEM-leden behoren tot de grootste groep belanghebbenden in deze materie en de VVEM kan namens hen als krachtig doorgeefluik richting de wetsontwerpers fungeren, met als uiteindelijk doel om ook partijen als ACM mee te krijgen en uiteindelijk met name de grootste uitwassen op het gebied van secondary ticketing definitief aan banden te leggen.

Tags