Ondanks de maatregelen van de overheid en het innovatietalent van ondernemers zullen er bij een crisis zoals de huidige coronacrisis veel bedrijven failliet gaan. Soms gaat dat om bedrijven die het al moeilijk hadden of in sectoren actief zijn waar de groei uit is, soms gaat het om bedrijven die op zich een goed businessmodel hebben, maar extreme pech hebben dat ze door de coronacrisis getroffen worden en soms gaat het om bedrijven die sowieso al overwogen om er mee te stoppen.

Wat voor reden dan ook, het aantal faillissementen zal groot worden. In 2009 steeg het aantal faillissementen met ruim 50% ten opzichte van het jaar daarvoor. Uit onderzoek van het CBS, KvK, EIB, MKB-NL en VNO-NCW onder ondernemers blijkt dat als de coronacrisis langer dan een half jaar voortduurt, bijna de helft van de ondernemers in Nederland vreest voor het voortbestaan van hun bedrijf. Bij kleinere bedrijven is dit percentage nog hoger.

Verschillende situaties waar we oplossing voor zoeken

  1. Faillissement voorkomen. In de kern gezond bedrijf, dat niet failliet wil gaan én bedrijf wilt voorzetten binnen 1,5 meter economie, maar door corona/omzetverlies schuldeisers niet meer kan betalen. Hier zijn diverse beleidsknoppen voor:
  • a) Noodpakket upgraden om dit te voorkomen: NOW, TOGS, BMKB is onvoldoende voor deel van de ondernemers. Te draaien knoppen in pakket 2 zijn regeling voor vaste lasten, seizoensregeling, betere financiering.
  • b) Ontslag personeel. Behoud van personeel geen eis meer bij NOW. Tijdelijk, tijdens coronacrisis, compensatie voor werkgever van de te betalen transitievergoeding.
  • c) Mogelijk maken dat wanneer schuldeiser faillissement aanvraagt, de rechter dit omzet in uitstel van betaling. Hier is nieuwe wetgeving voor nodig (werken we met JenV al aan).
  • d) Mogelijk maken om (wanneer c niet voldoende soelaas biedt) met schuldeisers tot een dwangakkoord te komen en via herstructurering van schulden faillissement te voorkomen. Hier is WHOA voor (ziet alleen op schuldeisers niet op personeelslasten).
  1. Winterslaap. In de kern gezond bedrijf, dat niet failliet wil gaan en bedrijf wilt pauzeren/tijdelijk sluiten tot er een vaccin of geneesmiddel is (6 – 24 maanden), omdat er te weinig perspectief is in 1,5 meter economie. Het gaat hier dus niet om het ontbinden van het bedrijf. De enige manier om een winterslaap te kunnen veroorloven, is dat alle doorlopende lasten zoveel mogelijk teruggebracht worden, zodat schulden niet onredelijk ver oplopen om de herstart mogelijk te maken. Ofwel het mogelijk maken om het personeel grotendeels te ontslaan, zonder transitievergoeding of andere verplichtingen en andere vaste lasten terug te brengen, zoals huurkosten, lease, etc.

Hier zou aparte winterslaapregeling voor kunnen komen voor bedrijven die hier gebruik van willen maken, en een vergoeding/compensatie geeft voor:

  • Ontslagkosten, transitievergoeding (eenmalig)
  • Vaste lasten dekt (voor de periode van de winterslaap), bijvoorbeeld onder voorwaarde dat verhuurder / leasebedrijf zijn huur/rekening verlaagt met 25%.

Zou dan regeling zijn voor bedrijven die:

  • aantoonbaar niet kunnen functioneren binnen 1,5 meter economie / met beschermingsmiddelen (discotheek, bruine kroeg, etc)
  • redelijk deel van “het vet op de botten” in het bedrijf opmaken bij gebruikmaking van deze regeling (maar niet helemaal)

Voordeel voor Rijk is dat er minder beslag komt op de NOW, en waarde vernietiging door faillissement voorkomen wordt.

  1. Doorstart/pre-pack

Als het niet lukt om faillissement te voorkomen, moet gestreefd worden naar zoveel mogelijk behoud van waarde. Dat kan door een snelle doorstart mogelijk te maken, met minder personeel en zonder de oude verplichtingen. De werkgelegenheid van het overige personeel en een deel van de onderneming zelf zouden dan worden gered. Dat kan op twee manieren:

  • Na faillissement kijkt curator of er derden zijn die (een gedeelte van) de onderneming willen voortzetten. Is echter geen oplossing voor de ondernemer zelf.
  • Een voorbereide doorstart, waarbij de ondernemer, samen met de (voornaamste) schuldeisers, een plan maakt voor de onderneming die dan direct, nadat officieel het faillissement is uitgesproken, wordt doorgestart. Dit is een zogenoemde prepack.

Prepack wordt nu echter weinig toegepast, omdat namens de werknemers die worden ontslagen, rechtszaken zijn aangespannen tot aan het EU HvJ. Wetgeving die het proces zou reguleren en misbruik zou voorkomen, de zogenoemde Wet continuïteit ondernemingen I (prepack), ligt door deze rechtszaken al lange tijd op de plank van de Eerste Kamer.

De coronacrisis, en het toenemend aantal faillissementen, is aanleiding om de Prepack-regeling nu toch in werking te laten treden, en nauw te monitoren hoe deze in de praktijk uitpakt.

  1. Zachte landing bij beëindiging van bedrijf. Voor een in de kern gezond bedrijf, maar ondernemer ziet voortzetten van bedrijf niet zitten. Bijvoorbeeld omdat het in een sector zit die voor de corona crisis al flink werd geraakt door snelle technologische ontwikkelingen, en nu met corona een extra klap krijgt. Bijvoorbeeld in de retail, maar kan ook in diverse andere sectoren.

Bedrijf kan zichzelf ontbinden, of als er schulden zijn groter dan baten kan het zelf faillissement aanvragen bij rechtbank. Er zijn echter twee situaties waarin dit voor de ondernemer zelf zeer nadelig uitpakt, omdat die als privé persoon alles (huis, auto etc) kwijtraakt:

  • De ondernemer is een natuurlijk persoon, zoals een personenvennootschap. Dan is hij met zijn gehele privévermogen aansprakelijk en kunnen schuldeisers ook na afwikkeling van het faillissement opnieuw aankloppen.
  • Het gaat om een BV/NV, maar de DGA/bestuurder is toch persoonlijk aansprakelijk voor schulden, omdat bijvoorbeeld de bank heeft gevraagd om bij schulden mee te tekenen als privé persoon, of omdat leningen zijn afgesloten terwijl men had kunnen weten dat die niet terugbetaald hadden kunnen worden.

Voor deze situaties is een zachte landing nodig om de ondernemer het mogelijk te maken om te stoppen. Hier zijn diverse opties voor denkbaar:

  • a) Regeling die rechten van schuldeisers inperkt ten bate van failliete persoon. Via aanpassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of aparte regeling in faillissementswet. Minder strenge voorwaarden rond verkoop van auto en eigen huis. Ondernemer heeft zelf meer inbreng. Ook aan het einde van de looptijd schone lei. Dat is echter voor schuldeisers niet prettig, die bovendien dan ook risico van faillissement lopen, maar ook voor persoon nogsteeds niet echt een zachte landing.
  • b) Regeling waarbij in deze situaties de overheid haar schulden (belastingdienst, UWV, etc) kwijtscheldt (in combinatie met a).
  • c) Opzetten van een subsidieregeling, waarbij de overheid (in combinatie met a en b) een deel van schuld van private schuldeisers voor haar rekening neemt.

De opties b en c zouden dan samen moeten gaan met aantal randvoorwaarden, zodat slecht presterende ondernemers hier geen profijt van hebben, en gewoon failliet gaan.