Specifiek voor de evenementenbranche beantwoorden we de meest gestelde vragen. Nieuwe vragen kunt u richten aan corona@vvem.nl

Borgstelling MKB-krediet (BMKB-C)

Via de borgstelling MKB-kredieten kan de mkb-ondernemer onder gunstiger voorwaarden geld lenen bij de bank, bijvoorbeeld om rekeningen te kunnen betalen en betalingsachterstanden weg te werken. De overheid staat borg voor 75% van het geleende bedrag. Aanvragen voor dit krediet kunnen tot 1 april 2021 worden ingediend.

De BMKB-C geldt voor kredieten tot € 1,5 miljoen.

  • Het mkb-bedrijf is gevestigd in Nederland.
  • De onderneming heeft maximaal 250 werknemers met een jaaromzet tot € 50 miljoen óf een balanstotaal tot € 43 miljoen.
  • Het bedrijf bestaat langer dan 3 jaar.
  • Een starter kan in aanmerking komen voor het krediet als bij de bank een starterslening wordt afgesloten.

Het bedrijf kan het BMKB niet zelf aanvragen. De kredietverstrekker (een financier die is aangesloten bij de BMKB-regeling) kan gevraagd worden om de regeling te gebruiken. De financier meldt dit aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Er is een webportaal speciaal voor financiers waar ze kunnen melden en vragen kunnen stellen aan RVO.

Corona en aanvullende regelingen WW-premies

In 2020 zal over werknemers met een arbeidscontract voor gemiddeld minder dan 35 uur per week die in 2020 meer dan 30% uren meer verloond dan het aantal uren waarvoor hij een arbeidscontract hebben geen hogere WW-premie betaald hoeven te worden.

Nee, hebt u op of na 1 januari 2020 een werknemer in dienst genomen dan moet u het arbeidscontract meteen schriftelijk vastleggen.

Voor werknemers die op 31 december 2019 al bij u in dienst waren hebt u de tijd tot 1 juli 2020.

Om de lage WW-premie toe te passen bij werknemers die voor onbepaalde tijd bij u in dienst zijn, moet u hun arbeidscontracten schriftelijk vastleggen.

Met de invoering van de WAB is er per 1 januari 2020 een premiedifferentiatie van de WW ingevoerd.

Hierop zijn nu 2 wijzigingen van kracht:

  • Termijn voor schriftelijke vastlegging arbeidscontract verlengd tot 1 juli 2020
  • WW-premie voor vaste werknemers die meer dan 30% hebben overgewerkt blijven onder het lage tarief vallen

Corona en Loonbetaling

Bedrijven die in januari incidenteel loon hebben uitbetaald (dertiende maand, bonus etc.) krijgt loonsubisidie over dit hogere bedrag. Zij krijgen te maken met een terugvordering zodra het UWV de definitieve loonkostensubsidie vaststelt.

De totale loonsom in januari is het ijkpunt voor coronasteun, dus inclusief incidentele uitkeringen.

Waarschijnlijk wel. De quarantaine is in bepaalde omstandigheden verplicht gesteld door de overheid. Dat de werknemer niet kan werken, komt dan redelijkerwijs niet voor rekening van de werknemer.

Ervan uitgaande dat de werknemer thuis kan werken, moet het loon (geheel of gedeeltelijk) doorbetaald worden. Voor de uren dat de werknemer niet kan werken, bestaat er recht op kortdurend zorgverlof. De Wet Arbeid en Zorg biedt ook nog de mogelijkheid van onbetaald verlof (langdurig zorgverlof). Als de werknemer zelf ziek wordt, geldt de gewone loonbetalingsverplichting tijdens ziekte.

Op grond van goed werkgeverschap moet de werkgever de werknemer de ruimte geven en tot op zekere hoogte moeten faciliteren om de werkzaamheden op andere wijze en op andere tijden te verrichten.

Op grond van goed werknemerschap zal de werknemer zo veel als redelijkerwijs mogelijk moeten doen om de werkzaamheden zo goed en zo veel mogelijk uit te kunnen voeren.

Uitgangspunt is dat het niet kunnen werken voor rekening van de werknemer komt. Als er minder wordt gewerkt in verband met zorgtaken, kan de werknemer calamiteitenverlof inzetten. Dit verlof duurt in de regel zolang de calamiteit lopende is. In de praktijk is dit dan meestal een paar uur tot maximaal een paar dagen. Daarna dient de werknemer of vakantie op te nemen, ouderschapsverlof of onbetaald verlof. Dit kan natuurlijk nadelig voor een werknemer zijn. Werkgever en werknemer kunnen dan in gesprek gaan om samen tot een oplossing te komen. Bijvoorbeeld flexibele tijden werken of niet gewerkte uren in de toekomst terugwerken. Een beroep op zorgverlof is niet mogelijk, indien het kind dat thuis zit niet ziek is.

Indien de oproepkracht nog geen jaar bij de werkgever werkt, kan de oproepkracht op basis van de WAB nog geen beroep doen op een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Wel kan de oproepkracht een beroep proberen te doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang gebaseerd op het gemiddeld aantal uren dat hij in de afgelopen drie maanden heeft gewerkt. De oproepkracht kan in dat geval doorbetaling van dat gemiddelde salaris vorderen als hij vanwege de coronacrisis niet wordt opgeroepen.

Als er sprake is van een jaarurennorm waarbij de oproepkracht maandelijks 1/12 van het bij de jaarurennorm behorende salaris ontvangt, heeft de werkgever meer flexibiliteit. De werkgever moet dan het salaris doorbetalen, maar kan de oproepkracht als de werkzaamheden weer aantrekken vaker inzetten om alsnog aan de jaarurennorm te voldoen.

Corona en Overige Regelingen

Ondernemers die een lening hebben bij microkredietenverstrekker Qredits krijgen uitstel van aflossing voor 6 maanden. De rente wordt in deze tijd verlaagd naar 2%.

De overheid ondersteunt Qredits hiervoor met 6 miljoen euro.

Aanvragen kunnen al worden ingediend.

Dan kunt u bij de meeste waterschappen in Nederland uitstel van betaling aanvragen. U krijgt in de meeste gevallen uitstel voor bepaalde tijd, meestal voor 3 tot 6 maanden.

U dient bij het waterschap in uw regio te controleren of u uitstel kunt krijgen. En hoeveel uitstel u krijgt. Ook kunt u makkelijker een betalingsregeling afspreken. U betaalt uw aanslag voor waterschapsbelasting wel. Maar u betaalt in delen en verspreid over een langere periode.

Corona en Uitstel Belastingen

Werkgevers kunnen de Belastingdienst verzoeken om bijzonder uitstel van betaling van aanslagen van de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Na de aanvraag wordt de invordering stilgezet. De Belastingdienst zal geen verzuimboete uitdelen als de komende maanden de belasting te laat wordt betaald.

Daarnaast kan er bij een lagere winstverwachting, een verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting aangevraagd worden.

De belasting- en invorderingsrente wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dit geldt voor alle belastingschulden.

Dit kan voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonheffingen.

Stuur daarvoor een brief naar de Belastingdienst. In de brief vraagt u om uitstel van betaling en geeft u aan dat u door de uitbraak van corona in betalingsproblemen bent gekomen. Nadat de Belastingdienst het verzoek heeft ontvangen, stoppen zij met invorderingsmaatregelen.

U krijgt automatisch 3 maanden uitstel van betaling. Een boete voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffingen hoeft u niet te betalen. Mogelijk is een betalingsuitstel van 3 maanden voor u te kort. U kunt ook voor een langere periode uitstel aanvragen. Wij vragen u dan om nog aanvullende informatie aan te leveren (eventueel een verklaring van een derde deskundige). Hierover zullen we u nog inlichten via deze website.

Het kabinet wil de administratieve lasten van het aanvragen van uitstel van betaling voor u zo beperkt mogelijk houden. Voor de eerste 3 maanden is dus geen verklaring van een derde deskundige (bijvoorbeeld een accountant of brancheorganisatie) nodig.

U kunt voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonheffingen uitstel aanvragen. Dit betekent dat u uitstel kunt aanvragen nadat u aangifte hebt gedaan en een aanslag hebt ontvangen.

Voor de inkomstenbelasting wijzigt u de voorlopige aanslag via Mijn Belastingdienst.

Voor de vennootschapsbelasting kunt u uw voorlopige aanslag op 3 manieren wijzigen:

Als u nu uw voorlopige aanslag aanpast en aangeeft dat u de rest van het jaar geen winst meer verwacht, kan dit gevolgen hebben voor uw definitieve aanslag. U betaalt op dit moment elke maand al een deel van de belasting die u over dit jaar zou moeten betalen. Wij verrekenen dit achteraf bij de definitieve aanslag. Hebt u te veel betaald? Dan krijgt u het te veel betaalde bedrag terug. Maar hebt u te weinig betaald, of te veel teruggekregen? Dan moet u bijbetalen.
Wanneer u later in het jaar weer winst maakt, kunt u het beste uw voorlopige aanslag opnieuw wijzigen. Zo voorkomt u dat u bij uw definitieve aanslag moet bijbetalen.

Vanaf 23 maart 2020 heeft de Belastingdienst de invorderingsrente tijdelijk van 4% naar 0,01%. Dit geldt niet alleen voor een belastingschuld waarvoor bijzonder uitstel van betaling wordt gevraagd, maar voor alle belastingschulden.

De Belastingdienst rekent belastingrente als zij een aanslag te laat kunnen vaststellen, bijvoorbeeld omdat u niet op tijd of niet voor het juiste bedrag aangifte hebt gedaan. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor andere belastingen. Het tarief van de belastingrente wordt ook tijdelijk verlaagd naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. De tijdelijke verlaging van het tarief van de belastingrente gaat in vanaf 1 juni 2020, behalve voor de inkomstenbelasting. Voor de inkomstenbelasting gaat de verlaging in vanaf 1 juli 2020.

De gegevens uit de loonaangifte worden namelijk gebruikt door het UWV voor de Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)-regeling. Dit noodfonds is bedoeld om werkgevers die te maken hebben met omzetverlies, te compenseren en te zorgen dat zij hun werknemers kunnen doorbetalen. Om hier goed uitvoering aan te geven, heeft de Belastingdienst de hulp van werkgevers nodig.

Als je op tijd aangifte doet, beschikken de Belastingdienst en het UWV over zo actueel mogelijke gegevens. Daarmee kan zo snel mogelijk worden berekend waar je als werkgever en al je werknemers die thuis komen te zitten of ziek worden recht op hebben. Daarom doet de Belastingdienst een extra appèl om tijdig aangifte te doen.

Ja, dat kan.

Bestuurders kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld als de onderneming belastingen niet kan betalen. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat dit het gevolg is van verwijtbaar kennelijk onbehoorlijk bestuur. Maar een bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd bij de Belastingdienst heeft gemeld dat belastingen niet kunnen worden betaald. Die melding moet in ieder geval worden gedaan binnen twee weken nadat de belasting betaald had moeten worden. Voor de loonbelasting en de omzetbelasting over februari jl., die eind maart 2020 betaald moet worden, moet dus uiterlijk 14 april a.s. een melding worden gedaan. Omzetbelasting wordt in veel gevallen per kwartaal aangegeven. Dan zou de meldingstermijn later eindigen (medio mei), maar zekerheidshalve zou een gezamenlijke melding met de loonbelasting gedaan kunnen worden. En een melding geldt ook voor opvolgende belastingtijdvakken waarover niet kan worden betaald.

Het belang van een tijdige melding is groot. Het gevolg is namelijk dat de bewijslast bij de Belastingdienst komt te liggen. Die moet aannemelijk maken dat het niet betalen het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het in de wet vastgelegde vermoeden dat de oorzaak van het niet betalen bij de bestuurders ligt, geldt dus niet meer.

Onze verwachting is dat, evenals bij het vragen van uitstel van betaling voor drie maanden, een eenvoudige melding dat de coronacrisis de oorzaak is van het niet betalen van de belastingschuld voldoende is. Berichtgeving hierover door de Belastingdienst wordt op zeer korte termijn verwacht.

In de praktijk gaat het vooral om bestuurders van nv’s en bv’s. Maar daarnaast ook om coöperatieve verenigingen, onderlinge verzekeringsmaatschappijen en verenigingen die op onderlinge grondslag als verzekering- of kredietinstelling optreden. Verder geldt de bestuurdersaansprakelijkheid voor bestuurders van stichtingen die onder de vennootschapsbelasting vallen.

In de situatie waarin de bestuurder van een (dochter)onderneming een andere (moeder)onderneming is, kunnen de bestuurders van laatstgenoemde onderneming aansprakelijk worden gesteld. Ook bestuurders van buitenlandse rechtspersonen kunnen te maken krijgen met de bestuurdersaansprakelijkheid als de onderneming volledig rechtsbevoegd is en in Nederland onder de vennootschapsbelasting valt.

Corona en Vakantie

Nee, dit is niet toegestaan. Een werkgever kan de werknemer wel vragen om vakantie op te nemen. De werknemer kan dit weigeren. Het is wel mogelijk dat de werknemer in overleg met de werkgever vakantie opneemt.

Op basis van rechtspraak is de vakantiewetgeving niet van toepassing op ADV-uren.

Zodoende dient er altijd gekeken te worden welke schriftelijke afspraken er over deze ADV-uren zijn gemaakt. Als er schriftelijk is afgesproken dat de werkgever kan bepalen wanneer de ADV-uren opgenomen dienen te worden, dan kan het zo zijn dat de werkgever dus kan verplichten om de ADV-dagen op te nemen.

De werknemer kan het beste contact opnemen met de werkgever en daar het verzoek neerleggen of de toegekende vakantie door de werkgever ingetrokken kan worden. De werkgever is in beginsel niet verplicht om hier aan mee te werken als de werkgever al vervanging etc. heeft geregeld. Het feit dan een werknemer niet naar een land kan reizen, brengt op basis van de wet niet met zich mee dat de werkgever daarom de vakantie om moet trekken.

Op grond van de wet kan de werkgever indien er gewichtige redenen zijn (epidemie in combinatie met personeelstekort) na overleg met de werknemer de vastgestelde vakantie wijzigen. De schade die de werknemer lijdt ten gevolge van de vakantiewijziging, komen voor rekening van de werkgever.

Een werkgever dient in principe de vakantie vast te stellen conform het verzoek van de werknemer. Dat betekent dat een vakantie-aanvraag in principe goedgekeurd moet worden. Om te voorkomen dat straks alle werknemers tegelijk op vakantie gaan, terwijl net het bedrijf weer is opgestart, zal een werkgever kritisch moeten kijken naar alle vakantie-aanvragen. Gezien de huidige uitzonderlijke situatie kan er sprake zijn van gewichtige reden om de aanvraag in een bepaalde periode niet toe te staan. Dit moet per situatie beoordeeld worden.

De verplichting om vakantiebijslag te betalen is gebaseerd op de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Uit deze wet volgt dat in de maand juni de vakantiebijslag dient te worden uitgekeerd. Per schriftelijke overeenkomst kan van dit betalingsmoment worden afgeweken, mits ten minste eenmaal per kalenderjaar wordt uitbetaald. In de arbeidsovereenkomst, personeelshandboek of cao is bepaald wanneer de vakantiebijslag moet worden betaald. Het is in principe niet mogelijk dat de werkgever van deze afspraken eenzijdig afwijkt door de vakantiebijslag niet of later te betalen.

Op dit moment voeren sociale partners in veel van sectoren overleg. Daarbij wordt gesproken over uitstel of zelfs het volledig afzien van de uitbetaling van winstuitkeringen en/of vakantiebijslag.

Corona en Werk

Ja, dat is binnen redelijke grenzen mogelijk. De werknemer is verplicht zich te houden aan redelijke instructies van de werkgever. De werkgever kan daarnaast een voorstel doen om de arbeidsvoorwaarden (tijdelijk) te wijzigen. Als het een redelijk voorstel is, dan zal de werknemer daarmee in moeten stemmen.

Over het wijzigen van de werktijden staat op de website van de Rijksoverheid de vraag ‘kan mijn werkgever mijn werktijden aanpassen?’ Het antwoord is: ‘ja uw werkgever is opgeroepen om tot en met 6 april 2020 waar mogelijk de werktijden van werknemers te spreiden en dit kan betekenen dat uw werktijden worden aangepast’.

Category: Corona en Werk

De werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek. Dit betekent dat de risico’s op besmetting in kaart moeten worden gebracht en vervolgens moeten passende maatregelen genomen worden om de kans op besmetting te minimaliseren. Denk aan voldoende zeep, tissues en het extra schoonmaken van toetsenborden, deurklinken en telefoons. De kosten voor deze middelen zijn voor rekening van de werkgever.

Category: Corona en Werk

Door de overheid en het RIVM wordt mensen geadviseerd 1,5 meter afstand te houden. Dat advies geldt dus ook ten aanzien van de werkplek. De afstand van 1,5 meter is bedoeld om de werknemer en anderen te beschermen tegen besmetting met het coronavirus. De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid van de werkplek. De werkgever mag de werknemer er op wijzen om afstand te houden. Is dit door de specifieke werkomstandigheden niet mogelijk, dient de werkgever te kijken welke beschermende maatregelen er kunnen en moeten worden genomen. De werkgever kan hier advies over vragen aan de arbodienst.

Category: Corona en Werk

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

Bedrijven die moeite hebben om bankleningen en -garanties te krijgen vanaf € 1,5 miljoen kunnen gebruikmaken van de Garantie Ondernemingsfinanciering-regeling (GO). De overheid geeft 50% op bankleningen en bankgaranties. Het maximum per bedrijf ligt tijdelijk op € 150 miljoen.

  • Er is sprake van een (middel)grote onderneming.
  • De onderneming is in de kern gezond.
  • De onderneming heeft bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven.
  • De onderneming heeft alleen fresh money.
  • De onderneming heeft geen bovenmatige kapitaalonttrekking in de laatste 12 maanden.
  • De onderneming vraagt de GO aan voor alleen financiering van eigen bedrijfsactiviteiten.

De onderneming kan de GO niet zelf aanvragen. De onderneming vraagt de financier die is aangesloten bij de GO-regeling om de regeling te gebruiken. De financier vraagt de GO aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW)

De NOW-regeling is de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid.

  • Werkgevers kunnen een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten, en hiervoor van UWV een voorschot ontvangen.
  • Hiermee kunnen zij werknemers met een vast en met een flexibel contract gewoon doorbetalen.
  • De tegemoetkoming kan in ieder geval voor drie maanden aangevraagd worden.
  • Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.
  • De aanvrager verwacht tenminste 20% omzetverlies;
  • De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden;
  • De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020;
  • De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:
    • indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.
  • Op basis van uw aanvraag zal UWV een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.
  • Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest.
  • Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
  • Werkgevers betalen het loon aan betrokkenen werknemers 100% door als zij gebruik maken van de tegemoetkomingsregeling.

U kunt NOW vanaf 1 april aanvragen en tot en met 31 mei 2020. Houd de website van UWV en Rijksoverheid.nl in de gaten voor de openstelling van de regeling.

Dit kan bij het UWV.

UWV streeft ernaar om binnen 3 à 4 weken (de eerste termijn van) het voorschot te betalen aan de werkgever. Daarbij gaat men wel uit van een volledige aanvraag. U ontvangt in die periode ook de subsidiebeschikking.

UWV streeft ernaar om binnen 3 à 4 weken na aanvraag (de eerste termijn van) het voorschot te betalen aan de werkgever.

Aanvullende informatie wordt op korte termijn opgevraagd. Het gaat daarbij om de procentuele omzetdaling van uw bedrijf of instelling in een aaneengesloten driemaandsperiode die begint op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020 ten opzichte van de omzet over het gehele jaar 2019. De omzet over geheel 2019 deelt u in beginsel door 4 om tot de omzet over  een driemaandsperiode te komen.
Ook dient u de driemaandsperiode van omzetdaling te vermelden en enkele administratieve gegevens zoals het dossiernummer van uw WTV-aanvraag, uw loonheffingennummer en het bankrekeningnummer dat door de Belastingdienst wordt gebruikt voor de betalingen van  loonheffingen.

Als u onderdeel van een concern bent dan moet u de omzet van de groep of verbonden rechtspersonen tezamen opgeven om te bepalen of u in aanmerking komt voor de NOW. De werkgevers in de groep moeten dus hetzelfde percentage verwachte omzetdaling en dezelfde meetperiode kiezen. U moet wel per loonheffingennummer een aanvraag doen. Zorg dus dat u binnen de groep of de verbonden rechtspersonen hier vooraf een goede keuze in maakt.

Een accountantsverklaring is niet vereist als u een aanvraag doet voor een voorschot.
In beginsel is een accountantsverklaring wel vereist bij het verzoek tot het vaststellen van de definitieve subsidie. Er wordt nog duidelijkheid gegeven onder welke grens van het subsidiebedrag een accountantsverklaring niet is vereist.
Ook zal dan helderheid worden gegeven wat voor soort accountantsverklaring wordt vereist indien u een accountantsverklaring moet overleggen.
Hier komt naar verwachting op korte termijn meer informatie over.

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht.

Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Hierin wordt uitgegaan van de netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.

Ontvangt u andere opbrengsten dan uit de verkoop, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars? Dan vallen deze opbrengsten voor de regeling ook onder omzet.

U vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een verwachte terugval in de omzet van meer dan 20%. Als u verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in uw omzetcijfer zichtbaar wordt, kunt u aangeven dat u de periode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten starten. U kunt starten op 1 maart, 1 april of 1 mei. De verwachte omzet in de 3 maanden van de door u gekozen periode, vergelijkt u met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over 3 maanden. Op basis daarvan berekent u het omzetverlies in procenten.

Middelgrote rechtspersonen hoeven in hun winst- en verliesrekening alleen het bruto-bedrijfsresultaat te melden (en niet hun netto-omzet), maar dit is geen probleem. Middelgrote rechtspersonen moeten namelijk een verhoudingscijfer publiceren dat de netto-omzetontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar weergeeft. Dit kan ook op basis van het bruto-bedrijfsresultaat.

De definitie sluit ook voor de meeste kleine ondernemers goed aan bij hun huidige boekhouding. Micro- en kleine rechtspersonen hoeven de netto-omzet niet afzonderlijk te verantwoorden in de jaarrekening en vaak ook geen jaarrekening te maken. Wel mogen zij in de meeste gevallen de omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften bij de Belastingdienst. Daarom kunnen ook kleine ondernemers dit voor zichzelf uitrekenen. Uw boekhouder of administratiekantoor kan u hierbij helpen.

U kunt een omzetdaling opgeven in een aangesloten meetperiode van drie maanden die start op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020 (bijvoorbeeld van 1 april t/m 30 juni). De omzet in deze driemaandsperiode wordt vergeleken met een referentieperiode. Uitgangspunt is dat de referentieperiode de omzet van januari tot en met december 2019 is gedeeld door vier. Ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden hanteren een andere berekening van de omzetdaling.

Er is gekozen voor een omzetberekening die eenvoudig is vast te stellen en goed controleerbaar is. Dit is nodig omdat de regeling eenvoudig moet zijn om snel grote aantallen aanvragen te kunnen behandelen. Daarin wordt in zekere mate met verschillende factoren rekeningen gehouden, maar niet met elke factor afzonderlijk, zoals seizoensinvloeden.

Nee. De tegemoetkoming in de loonkosten heeft betrekking op de loonkosten tussen maart en mei 2020, ongeacht over welke van driemaandsperioden (meetperiode) de omzet is bepaald.

Als u onderdeel van een concern bent dan moet u de omzet van de groep of verbonden rechtspersonen tezamen opgeven om te bepalen of u in aanmerking komt voor de NOW. De werkgevers in de groep moeten dus hetzelfde percentage verwachte omzetdaling en dezelfde meetperiode voor de omzetdaling kiezen.
Sommige ondernemingen zullen verschillende takken in afzonderlijke werkmaatschappijen hebben ondergebracht; anderen zullen dat niet gedaan hebben en hebben het in één werkmaatschappij. Dergelijke organisatorische keuzes zouden niet van invloed moeten zijn op de bepaling of men voor NOW in aanmerking komt. Daarom is gekozen voor een omzetbepaling op concernniveau. Op concernniveau komen juist de omzetdaling en de inzet van personeel bij elkaar. Dat is onder andere het geval bij personeelsb.v.’s, waarbij de werknemers in dienst zijn bij een andere entiteit dan de entiteiten waar de omzet wordt gegeneerd. Op concernniveau kunnen deze aan elkaar worden verbonden.
Ook is gekozen voor dit niveau vanwege de helderheid en de controleerbaarheid. Daarbij is met name van belang de grote rol die onderlinge verrekeningen kunnen hebben in de omzetbepaling per werkmaatschappij. Voor het jaarrekeningenrecht is namelijk de omzetbepaling op het concernniveau doorslaggevend.

Hierop is een reparatiewet in de maak. Ook per werkmaatschappij kan aangevraagd worden zodra deze wet is goedgekeurd.

Ja, ook deze werkgevers komen in aanmerking voor de NOW, mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Ja, deze werkgevers komen in aanmerking voor de NOW, mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Ja, mits er al voor 1 maart minstens een maand omzet is gedraaid.
Heeft u uw bedrijf gestart na 1 januari 2019? Dan geldt voor u een andere meetperiode voor de omzetberekening dan bedrijven die heel 2019 al bestaan. Voor u geldt dat de maanden vanaf het moment uw bedrijfsuitoefening is aangevangen tot en met februari 2020 worden genomen, omgerekend naar 3 maanden. Uw omzet wordt in de driemaandsperiode in 2020 (meetperiode) naar rato vergeleken met de omzet vanaf de kalendermaand dat de bedrijfsuitoefening is begonnen.

U kunt uw werknemers uitlenen aan een andere werkgever. Als dat gebeurt bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk (maximaal tegen loonkosten en een kleine opslag), dan is er sprake van collegiale uitleen.
Wanneer u kosten in rekening brengt voor de uitleen heeft dat mogelijk gevolgen voor uw recht op NOW. Het recht op en de hoogte van de NOW-tegemoetkoming wordt namelijk bepaald door uw omzetverlies. Door het in rekening brengen van kosten voor uitleen, genereert u omzet. U dient er dan tevens rekening mee te houden dat de Wet allocatie arbeidskrachten bij intermediairs (Waadi) van toepassing is, wanneer er meer dan een kleine opslag op de loonkosten wordt betaald. In dat geval geldt de loonverhoudingsnorm. Dit betekent dat werknemers recht hebben op hetzelfde loon en overige vergoedingen als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functie in dienst van de inlener. Hier kan bij cao van worden afgeweken. Ook heeft u als uitlenende werkgever een registratieplicht. U moet ingeschreven staan bij de KvK. Bij deze inschrijving wordt opgenomen dat u de activiteit van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten uitoefent.

Ja dat kan. De nieuwe tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft. Denk aan werknemers met een oproepcontract. Uitzendbedrijven kunnen ook voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. Zo kunnen bedrijven deze periode overbruggen zonder personeel te hoeven laten gaan.

De uitzendwerkgever kan een NOW aanvragen.

De payrollwerkgever kan via de NOW een tegemoetkoming aanvragen en worden  gecompenseerd voor de loonkosten voor mensen die hij in dienst heeft. Voor payrollwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor andere werkgevers. Ingeleende krachten (zoals payrollkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

Als u op grond van de arbeidsovereenkomst een reiskostenvergoeding heeft afgesproken, dan heeft de werknemer recht op doorbetaling hiervan zolang de arbeidsovereenkomst duurt. Dit kan mogelijk anders zijn, wanneer als gevolg van de coronacrisis er geen reiskosten meer zijn.

De werknemer hoeft niets te doen.

Nee. Voor de werknemer kan gewoon blijven werken. De werkgever dient noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen voor een veilige en gezonde werkomgeving.

DGA’s zijn doorgaans niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Hun loon telt niet mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie.

Ja, over stagevergoeding van stagiaires en het loon van BBL’ers worden premies werknemersverzekeringen betaald. De vergoeding die aan hen wordt betaald telt in dat geval mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie.

Het loon van platformwerkers telt mee bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding, mits zij in dienst zijn bij de werkgever en er is voldaan aan de overige voorwaarden van de NOW-regeling.

Ja. De NOW geldt voor alle werkgevers die werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

Ja. Voor werknemers in dienst van de werkgever geldt dat zij recht hebben op 100% doorbetaling van het loon, zolang het dienstverband voortduurt. Dit geldt ook als de werknemer (deels) niet werkt. Het recht op loondoorbetaling bestaat, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, ook als de werkgever geen NOW ontvangt.

Als de werkgever een NOW-toekenning heeft, dan heeft hij zich gecommitteerd om gedurende de periode van de toekenning, geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen. Het kan echter voorkomen dat het ondanks de NOW-toekenning financieel toch slechter gaat dan vooraf verwacht, waardoor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen alsnog noodzakelijk is.

Het verbod om ontslag aan te vragen gedurende de tijd dat je NOW ontvangt, geldt alleen voor bedrijfseconomisch ontslag. Elke andere ontslaggrond (bijvoorbeeld disfunctioneren) valt dus erbuiten. In de op dit moment beschikbare informatie is opgenomen dat het gaat om een ontslagaanvraag bij het UWV. Dit impliceert dat je nog wel een vaststellingsovereenkomst kunt sluiten op grond van bedrijfseconomische gronden. Dit lijkt ons ook logisch omdat er bij een vaststellingsovereenkomst medewerking van de werknemer nodig is en dit niet eenzijdig door de werkgever kan worden afgedwongen. Doordat er zo specifiek is verwezen naar een ontslagaanvraag, lijkt het er wel op dat een proeftijdontslag (hoewel dit eenzijdig door de werkgever kan worden doorgevoerd) mogelijk blijkt, ook onder het NOW.

De werkgever ontvangt met de subsidie ook een compensatie voor de opbouw van de vakantiebijslag voor de maanden maart, april en mei (dat zijn de maanden waarover de subsidie voor de loonsom wordt toegekend). Het overige deel van de vakantiebijslag waarop de werknemer recht heeft wordt niet gesubsidieerd, maar is uiteraard wel verschuldigd aan de werknemer. Voor de vraag wanneer en hoe de werkgever de vakantiebijslag uitbetaalt geldt in eerste instantie de wettelijke regel dat de opgebouwde vakantiebijslag over de periode juni 2019 t/m mei 2020 in de maand juni 2020 moet zijn uitbetaald. Van dit tijdstip kan worden afgeweken bij schriftelijke overeenkomst, bijvoorbeeld een cao of een arbeidsovereenkomst.

De werkgever krijgt ook een compensatie voor aanvullende lasten en kosten, waaronder pensioenpremies (zowel het werkgevers- als het werknemersdeel van de pensioenpremie).

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Als werkgever vraagt u de NOW aan per loonheffingennummer. De loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

De loonsom bestaat uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon. Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie, na afloop van de subsidieperiode, wordt de loonsom van januari 2020 vergeleken met de loonsom van de maanden maart 2020 tot en met mei 2020. Als de loonsom gedaald is, wordt de subsidie ook lager.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al vergoed via UWV. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt ook niet mee in de loonsom.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Daarvoor hanteert het UWV een opslag van 30% bovenop de loonsom.

Voor de voorschotten én voor de definitieve vaststelling wordt de loonsom van januari 2020 gebruikt of, als daar geen gegevens over zijn, november 2019. Het UWV kan bij de definitieve vaststelling nog wel enkele technische correcties doorvoeren:

  • als er in januari uitkeringen waren inbegrepen in de loonsom (bijvoorbeeld ZW-uitkeringen bij een no-riskpolis, die de werkgever van het UWV vergoed krijgt), worden die niet meegenomen in de loonsom;
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die vakantiebijslag reserveert, wordt dat vakantiegeld niet meegenomen in de loonsom (in de opslag voor werkgeverskosten van 30% zit de vakantiebijslag namelijk al inbegrepen); en
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die géén vakantiebijslag reserveert (bijv. all-inverloning), wordt daarvoor gecorrigeerd om te voorkomen dat de vakantiebijslag via de opslag van 30% dubbel vergoed wordt.

Als de loonsom van maart tot en mei lager was dan de loonsom van januari, wordt het subsidiebedrag lager. Het bepalen van de loonsom van maart tot en met mei gebeurt op dezelfde manier als die van januari. Dat is dus inclusief de correcties.

Als een werkgever bij het UWV een aanvraag indient voor ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt de subsidie gekort. Het loon van de werknemer(s) voor wie de aanvraag wordt ingediend, wordt verhoogd met 50% en in mindering gebracht op de loonsommen.

Ja. Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald.

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom.

Voor 1 juni 2020 wordt besloten of en onder welke voorwaarden de noodmaatregel verlengd wordt.

Van u als werkgever wordt verwacht dat u gedurende de periode tussen 18 maart en 31 mei 2020 geen ontslagaanvraag doet bij UWV doet wegens bedrijfseconomische redenen.

Schendt u deze voorwaarde door toch een ontslagaanvraag in te dienen bij UWV, dan zal UWV deze aanvraag in behandeling nemen en daarop beslissen. Bij de vaststelling van de subsidie wordt daarvoor dan wel een correctie doorgevoerd. Voor het doorvoeren van deze correctie is niet van belang of UWV de ontslagaanvraag heeft toe- of afgewezen. Bij de definitieve vaststelling van de NOW-toekenning wordt bepaald wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% wordt vervolgens in mindering gebracht op de totale loonsom op grond waarvan de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling, maximaal 90% van de loonsom.

Bijvoorbeeld:

  • als 100% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 50% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 25% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5% van het totale SV-loon van de werkgever

Op basis van uw aanvraag krijgt u van UWV een voorschot van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald.

U vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een verwachte terugval in de omzet van meer dan 20%. Als u verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in uw omzetcijfer zichtbaar wordt, kunt u aangeven dat u de periode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten starten. U kunt starten op 1 maart, 1 april of 1 mei. De verwachte omzet in de 3 maanden van de door u gekozen periode, vergelijkt u met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over 3 maanden. Op basis daarvan berekent u het omzetverlies in procenten.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Ja. Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

Nee, de huidige regeling ziet op een verlies in de periode maart, april en mei.

De uitbraak van het coronavirus heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op de regeling Werktijdverkorting voor werkgevers. Deze regeling is niet toegesneden op de ingrijpende gevolgen van de corona-uitbraak voor Nederlandse bedrijven en organisaties. Daarom is de wtv-regeling ingetrokken. Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoetkomen en dit bovendien sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling en doet dit via de nieuwe tegemoetkomingsregeling tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW).

Nee, dat is niet meer mogelijk.

Als u reeds een toekenning hebt gekregen voor werktijdverkorting, dan blijft deze vergunning van kracht. Indien u gebruik maakt van de vergunning voor werktijdverkorting en na afloop daarvan verlenging wilt, moet u gebruik maken van de nieuwe tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW).

U krijgt hierover bericht. Uw aanvraag voor de ingetrokken wtv-regeling wordt beschouwd als een aanvraag voor de nieuwe tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW). Wel zal bij u aanvullende informatie opgevraagd worden.

Nee, de wtv-regeling is ingetrokken. Ook bij omzetverlies wegens andere oorzaken dan de uitbraak van COVID-19/het coronavirus dient u gebruik te maken van de nieuwe regeling.

De NOW kent andere voorwaarden dan de regeling werktijdverkorting (wtv-regeling). Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoet komen en wil dit sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Werkgevers kunnen onder de NOW een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten, en hiervoor van UWV een voorschot ontvangen. Bij de wtv-regeling werd de werkgever achteraf gecompenseerd.

Het aanvraagproces is door loskoppeling van de wtv en WW sterk vereenvoudigd, en er worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd. Daarnaast wordt in plaats van werkvermindering omzetverlies als criterium gebruikt. En om werkgevers snel duidelijkheid en zekerheid te bieden, hoeft onder de nieuwe regeling niet te worden aangetoond in welke mate de buitengewone omstandigheden hebben bijgedragen tot het omzetverlies.

Het kabinet hecht veel waarde aan een robuuste regeling waarbij het risico op misbruik zo veel mogelijk wordt beperkt. Uitgangspunt is dat de werkgever verantwoording aflegt over de wijze waarop hij aan de subsidievoorwaarden voldoet. Daarbij bestaat de mogelijkheid om achteraf zijn administratie te controleren.

Er wordt voorts gebruik gemaakt van diverse controlemechanismen. Bij het vaststellen van voorschot en subsidie wordt zo veel mogelijk uitgegaan van informatie die al bij UWV bekend is. Ook zal ter controle van aanvragen gebruik gemaakt worden gegevensuitwisseling tussen UWV en de Belastingdienst. UWV heeft de mogelijkheid te veel verstrekte subsidie terug te vorderen. Bij fraude kan UWV aangifte doen bij het Openbaar Ministerie.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS)

Ondernemers die, op basis van hun hoofdactiviteit, menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een verkeerde SBI-code, kunnen dit melden bij RVO. RVO zal deze verzoeken dan per geval bekijken op redelijkheid en billijkheid, dan wel toetsen aan de economische activiteit waarmee de onderneming in het Handelsregister staat ingeschreven. Tegelijkertijd zullen er gevallen zijn die zich aan deze logica onttrekken. Ook zullen er aanvragen worden afgewezen, terwijl het gevoel naar toekenning uitgaat. Echter, de enige manier om zo veel mogelijk rechthebbenden in deze crisis snel van een tegemoetkoming te voorzien, is deze geautomatiseerd, langs eenvoudige beslisregels toe te kennen. Individuele beoordeling is in de gegeven tijdspanne, en gezien de verwachte aantallen, geen haalbare kaart. Het kabinet hecht er zeer aan dat de tegemoetkoming bij de ondernemers terecht komt die er recht op hebben. Daarom zal er achteraf gecontroleerd worden of er geen misbruik is van de regelingen is geweest.

Tot slot moet worden opgemerkt dat deze tegemoetkoming dient om acute liquiditeitsproblemen als gevolg van het doorlopen van vaste lasten voor (mkb) ondernemers te verzachten. Enkel deze tegemoetkoming zal geenszins voldoende zal zijn om de gevolgen van de coronacrisis voor alle ondernemers te mitigeren.

De regeling is bedoeld als tegemoetkoming van omvangrijke vaste lasten, anders dan personeelslasten. Daarom richt de regeling zich op ondernemers die daadwerkelijk beschikken over een fysieke vestiging of fysieke productiemiddelen, die los staan van de eigen woning, die essentieel zijn voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten, en zorgen voor omvangrijke, periodiek terugkerende vaste lasten. Daarom moet de onderneming op een ander adres staan ingeschreven dan het huisadres. Echter, in sommige sectoren, bijvoorbeeld in de sfeer van persoonlijke dienstverlening, is sprake van significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning door sommige ondernemingen, terwijl er daarnaast andere ondernemingen zijn met meer grootschalige dienstverlening vanuit een fysieke vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten, terwijl de ondernemer staat ingeschreven op het huisadres. Dit geldt bijvoorbeeld in de sectoren haarverzorging en schoonheidsverzorging, maar bijvoorbeeld ook voor de houder van een manege op het eigen erf. Om de ondernemers met omvangrijke periodieke vaste lasten in aanmerking te laten komen voor de TOGS, zal er van hen een aanvullende verklaring worden gevraagd, waaruit moet blijken dat de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben. Kappers waarbij de onderneming staat ingeschreven op een ander adres dan het woonadres, komen dus automatisch in aanmerking voor de tegemoetkoming, waar collega’s die ingeschreven staan op het huisadres pas in aanmerking komen als blijkt uit de verklaring dat zij omvangrijke bedrijfsactiviteiten hebben.

Daarnaast zijn er sectoren, waarbij het kenmerkend is dat ondernemers een fysieke inrichting of fysieke productiemiddelen hebben buiten de woning. Voor deze sectoren is zo’n minimale omvang geen noodzakelijk criterium. Een voorbeeld zijn de auto- en motorrijschoolhouders die veelal op hun huisadres geregistreerd staan maar omvangrijke lasten dragen voor hun lesvoertuig(en).

Op deze manier, met op de sector toegesneden criteria, en waar nodig een eigen verklaring van de ondernemer, wordt het oogmerk van de regeling bereikt met behoud van geautomatiseerde verwerking.

De RVO is de uitvoerende organisatie van deze regeling en heeft een pagina in het leven geroepen om de SBI-codes te checken. Uit vele reacties van VVEM-leden en andere ondernemers in de branche blijkt dat veel codes die zij gebruiken niet leiden tot een toekenning van deze regeling.

De onrust speelde voor het weekend in heel ondernemend Nederland. Niet alleen evenementenondernemers zien dat ze er niet door komen, ook heel veel andere ondernemers die dachten/vinden dat zij recht op zo’n geldsom hebben. Vanuit de VVEM zijn diverse Tweede Kamerleden ingeseind, evenals het ministerie zelf en de media. Er zijn inmiddels twee petities gestart. Op zaterdagavond is door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangegeven dat de regeling in elk geval breder toegepast gaat worden en op meer sectoren gericht zal worden. Nu is het wachten op de goede toepassing van de regeling.

Er lijkt al een maatwerkregeling te komen, maar het moet voor onze branche wel snel leiden tot uitkering van de bedragen. De VVEM heeft proactief allerlei verbeteringen (o.a. andere codes) doorgegeven. Daar is bij RVO ook een meldpunt voor: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19/vastgestelde-sbi-codes

Deze regeling is voor ondernemers in sectoren die hard getroffen worden zoals de horeca-, reis- en evenementenbranche. Deze bedrijven ontvangen een éénmalige tegemoetkoming van € 4.000.

Sectoren die nu in aanmerking komen zijn eet- en drinkgelegenheden, bioscopen, haar- en schoonheidsverzorging (onder andere kappers, pedicures, visagisten), reisbemiddeling en reisorganisaties, rijschoolhouders, sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen en bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters, schouwburgen en muziekscholen. Vanaf 30 maart 2020 kunnen groepen ondernemers in de non-food sector, zoals winkeliers ook gebruik maken van de regeling.

Een aanvraag kan vanaf vrijdag 27 maart tot en met vrijdag 26 juni 2020 worden ingediend.

Aanvragen worden ingediend via www.rvo.nl/tegemoetkomingcorona.

 

  • De onderneming moet gevestigd zijn in Nederland en de hoofdactiviteit moet blijken uit de inschrijving van peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister.
  • Uw onderneming mag geen fysiek vestiging hebben op een woonadres. Hiervan uitgezonderd zijn kroeg- en restauranteigenaren die een horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben.
  • U verwacht dat uw onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies van tenminste € 4.000 zal lijden.
  • U heeft minstens € 4.000 aan vaste lasten in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020.
  • U heeft maximaal 250 medewerkers in dienst.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.

De uitbetaling vindt zo snel mogelijk plaats nadat de aanvraag is is ingediend. Op de aanvragen vindt controle plaats om fraude te voorkomen.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Zelfstandigen zonder personeel kunnen ondersteuning aanvragen in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of lening voor bedrijfskapitaal. Ook zelfstandig ondernemers met personeel kunnen en beroep doen op de regeling als aan de voorwaarden wordt voldaan. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten en is gebaseerd op het bestaande Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De regeling is tijdelijk en geldt voor drie maanden. Een aanvraag voor levensonderhoud kan tot en met 31 mei 2020 worden ingediend. De uitkering duurt maximaal drie maanden. De aanvraag kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd tot en met maart 2020. Terugwerkende kracht is mogelijk voor alle aanvragen die zijn ingediend binnen de looptijd van de regeling. De ondersteuning bedraagt maximaal € 1.500 netto per maand. Dit hoeft niet terugbetaald te worden.

De overheid maakt het daarnaast makkelijker om een lening voor bedrijfskapitaal te krijgen. Er kan maximaal € 10.157 geleend worden. Deze lening moet wel terugbetaald worden, maar met een mogelijkheid tot uitstel van aflossingsverplichting. De rente is 2@. De maximale looptijd van een lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost.

De extra ondersteuning kan aangevraagd worden bij de gemeente waar u woont als u vanaf 1 maart 2020 door de coronacrisis in financiële moeilijkheden bent gekomen. Verder gelden de volgende eisen voor de Tozo:

  • u bent een gevestigde zelfstandige vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd
  • u woont en verblijft regelmatig in Nederland
  • u bent Nederlander of daarmee gelijkgesteld
  • uw bedrijf of zelfstandig beroep oefent u uit in Nederland
  • u voldoet aan wettelijke vereisten van een bedrijf, zoals ingeschreven staan in het Handelsregister
  • u bent vóór 17 maart 2020 gestart met uw onderneming en voldoet aan het urencriterium (minimaal 1.225 uur per jaar ofwel ongeveer 24 uur per week werkzaam in uw eigen bedrijf of zelfstandig beroep)
  • u woont in de gemeente waar u aanvraagt.

Vanuit de regeling wordt het inkomen aangevuld tot het sociaal minimum dat op de zelfstandig van toepassing is. Dat komt neer op maximaal € 1.500 (netto) voor gehuwden, of maximaal € 1.050 (netto) voor een alleenstaande vanaf 21 jaar.

Om in aanmerking te komen voor de uitkering dient naar waarheid verklaard te worden dat het inkomen naar verwachting in de periode van ondersteuning minder zal bedragen dan het toepasselijke sociaal minimum als gevolg van de coronacrisis.

Omdat de uitkering een inkomensaanvulling is tot het toepasselijk sociaal minimum, wordt de hoogte afgestemd op de te verwachten inkomensen van de aanvragen. Vervolgens kan de uitkering in één keer worden toegekend voor een periode van maximaal drie maanden.

De uitkering wordt maandelijks uitbetaald en telt mee voor het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen.

Ja, ontvangers zijn verplicht om wijzigingen in de inkomenssituatie door te geven. Indien hiertoe aanleiding bestaat, past de gemeente de uitkering aan of zet de uitkering stop. Achteraf controleren gemeenten het daadwerkelijk genoten inkomen.

Neet, het is niet nodig om de aanvraag meteen in te dienen. De regeling werkt terug tot 1 maart 2020 en blijft voorlopig tot 1 juni 2020 bestaan. Dus ook als u pas in mei in de financiële problemen komt, kunt u op dat moment een aanvraag doen voor ondersteuning bij uw gemeente.

Ja, als hij voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de DGA naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn/haar BV nu geen salaris kan betalen.

Load More

Onderwerpen