Indien de oproepkracht nog geen jaar bij de werkgever werkt, kan de oproepkracht op basis van de WAB nog geen beroep doen op een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Wel kan de oproepkracht een beroep proberen te doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang gebaseerd op het gemiddeld aantal uren dat hij in de afgelopen drie maanden heeft gewerkt. De oproepkracht kan in dat geval doorbetaling van dat gemiddelde salaris vorderen als hij vanwege de coronacrisis niet wordt opgeroepen.

Als er sprake is van een jaarurennorm waarbij de oproepkracht maandelijks 1/12 van het bij de jaarurennorm behorende salaris ontvangt, heeft de werkgever meer flexibiliteit. De werkgever moet dan het salaris doorbetalen, maar kan de oproepkracht als de werkzaamheden weer aantrekken vaker inzetten om alsnog aan de jaarurennorm te voldoen.